'Erik Bosgraaf speelt op twintig blokfluiten'

 

Bijna elk kind dat een instrument gaat bespelen, begint op de blokfluit. De meesten kiezen daarna voor iets anders. Zo niet Drachtster Erik Bosgraaf die op zijn 26ste met zo’n twintig verschillende blokfluiten hard aan een internationale carrière werkt. Zondag speelt hij in De Harmonie Leeuwarden in Ensemble Cordevento met gitarist Izhar Elias en klavecinist Alessandro Pianu.

 

DRACHTEN  ‑ Erik Bosgraaf heeft in zijn jeugd ook hobo, saxofoon en piano gespeeld, maar steeds weer keerde hij terug naar blokfluit. ,,Je kiest uiteindelijk het instrument dat bij je past, waarmee je jouw gevoelens het beste kunt uitdrukken. Een blokfluit ligt het dichtst bij de menselijke stem. Er zitten geen foefjes op. Wat je blaast dat krijg je. Het is heel puur.”
Hij bespeelt tegenwoordig zo’n twintig verschillende blokfluiten. Van een sopranino (‘een potloodje’) tot een contrabas van bijna 3 meter. Een groot aantal met de handgemaakt door de Leeuwarder Hans Nieuwland.     
Bosgraaf studeerde na zijn middelbareschooltijd in Drachten een jaar aan het conservatorium in Groningen en stapte toen over naar Amsterdam. ,,Omdat je er meer blokfluitstudenten hebt, vooral buitenlanders. En omdat Amsterdam meer een poort naar de wereld is en je er dus meer kans maakt op optredens.”
Maar die concerten moet je wel zelf binnenhalen. Zoals bijvoorbeeld de elf optredens met Ensemble Cordevento in de serie Het Debuut. ,,Daar hebben we gewoon auditie voor moeten doen. Voor een stel streng kijkende mensen achter een tafel.” Bosgraaf was aanvankelijk nogal sceptisch over hun kansen (,,ze willen toch alleen maar een viool horen, dacht ik”), maar dat viel mee. ,,Een origineel idee en een interessante samenstelling helpen echt.”
Bosgraaf is een druk baasje. Behalve in Cordevento concerteert hij solo, met gitarist Izhar Elias en in het dubbelsextet The Royal Wind Music. Daarnaast speelt hij op festivals en geeft hij masterclasses  en workshops, tot in Australië toe. Bovendien rondde hij een studie musicologie af aan de Universiteit van Utrecht.
Dit jaar wordt in elk geval heel bijzonder, weet hij nu al. Op initiatief van musicoloog Thiemo Wind komen volgende maand bij Brilliant Classics drie cd’s van hem uit, waarop hij een selectie speelt uit ‘Der Fluyten Lust‑hof’ van de Utrechtse beiaardier Jacob van Eyck (ca. 1590‑1657), bekend bij iedere blokfluitspeler. In mei liggen die bij het Kruidvat in de schappen.
In oktober en december zijn de opnamen gemaakt in een kerkje in Warmond. Daar ervoer hij weer eens hoe moeilijk het is in Nederland stilte te ondergaan. Vliegtuigen kwamen over, stormen joegen langs de ramen, de plaatselijke jeugd stak vervroegd vuurwerk af.
Een tweede hoogtepunt voor Bosgraaf komt in augustus. Dan treedt hij op tijdens de opening van het Holland Festival Oude Muziek in Utrecht. In de Dom speelt hij dan wandelend door de kerk een moderne compositie, naar een werk van Van Eyck, terwijl het geluid door overal opgehangen speakers vervormd wordt.
Met het repertoire voor de blokfluit is iets vreemds aan de hand. Het houdt zo’n beetje op rond 1750. Bosgraaf weet waarom. ,,De instrumenten moesten toentertijd harder klinken en chromatischer. Kijk maar naar de dwarsfluit. Hij werd van metaal en er kwamen steeds meer kleppen op. Het is een soort machine geworden, waar ik in elk geval niks mee heb.”
Maar gelukkig zijn er tegenwoordig weer heel wat componisten die voor de blokfluit willen schrijven. Met name uit het Verre Oosten en Australië, want de blokfluit kunnen ze ongeveer hetzelfde behandelen als een aantal van hun inheemse instrumenten. ,,Bovendien is er niet die loodzware last van het verleden. Met een strijkkwartet of symfonie heb je al die grote namen om je nek hangen. Daar heb je bij de blokfluit geen last van en dat vinden componisten wel zo prettig.”
Met gitarist Izhar Elias heeft Bosgraaf daarom het project Around the Globe opgezet, waarin zij componisten vragen werk voor hen te schrijven. Het is een succes, want ze krijgen nu soms ook al ongevraagd werk toegestuurd. ,,En weet je wat daar ook zo ontzettend leuk aan is? Dat je te maken hebt met componisten die nog leven! Met wie je gewoon kunt praten over hun werk!”      

 

Interview verschenen op 7 maart

 

copyright 2007 – Leeuwarder Courant / Wim Vervoort