'Ensemble Cordevento ruist en briest'

 

Voor het concert van Ensemble Cordevento oogt het podium als een 17de-eeuws stilleven. Rondom een klavecimbel staan vier gitaren opgesteld. Op twee standaards ligt een handvol fluiten tentoon gespreid.
Maar wat we te horen krijgen als dat ensemble tot klinken komt is eerder levendig dan stil. In de serie Het Debuut, waarin jonge talenten zich mogen presenteren op de grote podia, was het dit keer de beurt aan blokfluitist Erik Bosgraaf en zijn kompanen Izhar Elias (gitaar) en Alessandro Pianu (klavecimbel). Solistisch en in verschillende combinaties  brengen ze een bonte mengeling van oude en nieuwe muziek. Zachte ruistonen en lijfelijke oerklanken wisselen af met dansante barokritmes en zangerige melodielijnen.
Een hele batterij blokfluiten kwam er aan te pas. Van een strakke moderne alt tot een van een saxofoonmondstuk voorzien instrument. Van een warme omfloerste alt tot een kwinkelerende sopraan.
Bosgraaf is een ware duivelskunstenaar. Met een verbluffend gemak blaast hij de rijk versierde en razend virtuoze Ricercate van de 16de-eeuwer Giovanni Bassano. Maar net zo overtuigend vertolkt hij het in 1966 voor Frans Brüggen geschreven ‘Gesti’ van Luciano Berio. Met volle overgave geeft hij de exuberante klankexploraties – gestoten tonen, kleppengeritsel, ademgeruis – richting en zeggingskracht.
Maar wat betreft podiumpresentatie kan hij nog wel iets leren van gitarist Izhar Elias. Die maakte van Giuliani’s gitaarbewerking van een cavatina uit Rossini’s opera Semiramide een innemende performance. Ook muzikaal weet hij volledig te overtuigen in deze lastige bewerking waarin de gitarist zowel de zangersmelodie als de orkestbegeleiding voor zijn rekening moet nemen. Veel succes oogstten Bosgraaf en Elias samen met ‘Nulla Salus’ dat de Finse componist Antti Auvinen vier jaar geleden speciaal voor hen componeerde. Het is een fysiek stuk waarin Auvinen, net als Berio in ‘Gesti’, de grenzen van de instrumenten verkent. Bosgraaf en Elias weten in al die slag-, fluit-, grom- en piepgeluiden knap een doorgaande lijn vast te houden die voert naar een bijna hysterische slotclimax.
Heel anders van karakter is Takemitsu’s ‘Towards the Sea’ met zijn breekbare klanken. Maar gespeeld op een blokfluit in plaats van op een dwarsfluit verliest het iets van zijn kleur en sfeer. Stilistisch verantwoord maar ook warm en met een ritmische energie speelt Bosgraaf met klavecinist Alessandro Pianu twee Concert van Telemann. Prachtig zijn de lange lijnen die de fluitist trekt in de langzame delen.
Gedrieën troffen de musici in een bewerking van Vivaldi’s Concerto RV 434 precies de juist Venetiaanse sfeer met statige en golvende ritmes, een rijke kleur en fonkelende virtuositeit. De toegift, een compositie van Tarquinio Merula, swingt de pan uit. Een passend slot voor een onderhoudend concert.

 

Recensie verschenen op 18 maart 2007

copyright Haarlems Dagblad  / Winand van de Kamp