Erik Bosgraaf met Ensemble Cordevento in ‘Het Debuut’

 

Wie is er niet groot mee geworden: de blokfluit. Vrijwel elke (amateur)muzikant begint zijn ‘carrière’ wel met toonladders op de houten fluit, om die vervolgens aan de kant te gooien en over te stappen op een ‘echt’ instrument. Met een blokfluit in de hand leer je de basis van het noten spelen, maar dan houdt het ook wel op. Zo niet voor Erik Bosgraaf (Drachten, 1980). Zondag treedt de blokfluitist met zijn Ensemble Cordevento op in De Harmonie in Leeuwarden in de muziekserie Het Debuut.

 

Het is een misvatting dat blokfluit slechts een instrument voor beginners is. Toch ziet het grote publiek de houten fluit wel als zodanig. Dat is niet zo vreemd. ,,Er zijn niet zoveel professionele blokfluitisten. Die zijn ook niet nodig voor een symfonieorkest”, zegt Erik Bosgraaf. ,,Bij klassieke muziek denken mensen vaak aan de romantische muziek uit de achttiende en negentiende eeuw. Daarin is er ook niets voor blokfluit. Maar in de oude muziek, de muziek van voor 1750, en in de hedendaagse muziek is er juist veel te halen.”
Zelf begon de geboren Drachtster ook als jonge jongen met blokfluit. ,,Alleen ben ik er niet meer mee gestopt. Ik wilde eigenlijk hobo spelen, maar achteraf lag dat instrument me niet zo goed. Een hobo moet je minimaal een kwartier per dag bespelen, om je lipspanning te onderhouden. Dat deed ik ook wel, maar daarnaast speelde ik uren per dag op de blokfluit.” Zes jaar lang, van zijn tiende tot zijn zestiende, bespeelde Bosgraaf beide instrumenten. ,,Ik speelde hobo bij harmonie Crescendo in Drachten. Blokfluit speelde ik vaak samen met mijn broertje. We traden op tijdens de diensten in de plaatselijke kerk. Er bestaat wel een traditie waarin je veel podiumervaring op kunt doen in de kerk.”
Op het moment dat hij de hobo aan de kant legde, bemerkte Bosgraaf dat hij op blokfluit inmiddels een behoorlijk niveau had ontwikkeld. Hij begon aan de vooropleiding voor het conservatorium. Tijdens die opleiding nam hij onder meer deel aan het Prinses Christina Concours, waar hij in 1998 als eerste musicus met oude muziek de landelijke finale wist te behalen.
In zijn omgeving werd terughoudend gereageerd op zijn plan om met blokfluit naar het conservatorium te gaan. Het algemene idee bestond dat er na een conservatoriumopleiding sowieso geen werk voor je klaarligt, laat staan als je blokfluit speelt! ,,Mijn ouders stimuleerden me wel, maar ze zeiden ook: ‘je zit op het vwo, je kunt ook naar de universiteit’. Dat heb ik uiteindelijk ook gedaan. Naast het conservatorium heb ik Muziekwetenschappen gestudeerd.” In 2005 studeerde hij af als uitvoerend musicus aan het conservatorium in Amsterdam.

Masterclasses

Bosgraaf heeft al een aardige staat van dienst. Hij is privédocent, gaf masterclasses op conservatoria in Australië en trad op op internationale festivals in de hele wereld. Hij organiseerde met een aantal andere jonge blokfluitisten in 2004 in Amsterdam het eerste European Recorder Performance Festival, dat nu tweejaarlijks in een andere Europese stad plaatsvindt. Hij is lid van het dubbelsextet The Royal Wind Music, bracht vorig jaar een cd-reeks uit met muziek van Jacob van Eyck, vormt een duo met gitarist Izhar Elias en een duo met klavecimbelspeler Alessandro Pianu. Sinds anderhalf jaar maakt hij deel uit van het Ensemble Cordevento. ,,Dat ensemble is eigenlijk ontstaan door het samenvoegen van de twee duo’s waarin ik speel. We spelen hele oude muziek en hele nieuwe en niks ertussenin. Dat is kenmerkend voor onze concerten”, aldus Bosgraaf.
Persoonlijk heeft de blokfluitist geen voorkeur voor oude of moderne muziek. ,,Ik zou niet willen kiezen. De oude muziek is welklinkend, heel mooi. Moderne muziek is net als moderne kunst veel abstracter. Het zijn meer lijnen die je hoort. Beide soorten alleen kunnen een beetje zwaar zijn. Ons publiek maakt in korte tijd kennis met heel veel soorten muziek en geluiden.” Hedendaagse muziek is volgens Bosgraaf pittiger om te spelen dan oude muziek. ,,Het is technisch gezien veeleisender. Bij oude muziek heb je bijvoorbeeld niet meer dan twee mollen en twee kruizen. Moderne muziek heeft er veel meer. Het is meer divers in verschillende stijlen.”
Sowieso is blokfluit een lastig instrument. Als beginnend muzikant leer je de blokfluit vrij gemakkelijk aan. Het is een kwestie van blazen en er komt geluid uit. Om het vervolgens écht mooi te laten klinken, ,,is een van de moeilijkste dingen”, meent Bosgraaf. Er komt nogal wat creativiteit kijken bij blokfluitspelen. ,,Om een concert voor de toehoorders interessant te maken, heb je een aantal parameters: dynamiek, tempo en timing. Op bijvoorbeeld een saxofoon kun je heel makkelijk dynamiek maken in een stuk. Op blokfluit kan dat niet. Als je harder of zachter wilt spelen, wordt het heel vals. Je wordt dus teruggeworpen op timing en tempo om het boeiend te laten klinken.”
Bosgraafs ervaring is dat hij zijn publiek vanuit de underdogpositie van de blokfluit vaak verrast. Er is dan ook een grote variatie aan soorten blokfluiten. Heeft een saxofoon alleen een sopraan, alt, tenor en bas versie, ,,de blokfluit kent vele tussenmodellen. Je hebt niet alleen hoge en lage instrumenten, maar een instrument uit de barok klinkt ook weer heel anders dan een hedendaagse blokfluit. Dat heeft te maken met de boring aan de binnenkant van de fluit.” Bosgraaf legt daar tijdens de concerten het een en ander over uit. ,,Ik ben toch een soort ambassadeur voor de blokfluit”

Avontuurlijk publiek

Het Ensemble Cordevento richt zich vooral op ‘avontuurlijk publiek’. ,,Het publiek moet open staan voor heel veel dingen. Mensen die thuis zijn in de klassieke muziek hebben vaak een beeld van hoe iets moet gaan klinken. De avant-garde muziek die wij spelen is meer een verzameling geluiden dan dat het klinkt als een sonate van Mozart. Dat kan dan lastig zijn als je publiek bestaat uit doorgewinterde klassieke muziekliefhebbers.” Kinderen daarentegen zijn volgens Bosgraaf juist uitstekende toehoorders voor het moderne repertoire. ,,Zij reageren heel basaal. Ze vinden iets leuk, of niet. Ze hebben geen drempel, hoeven niet te verwoorden wat ze horen. Volwassenen willen alles verstandelijk begrijpen, die hebben een verwachtingspatroon en als iets daar niet aan voldoet, vinden ze het gek.”
Daardoor waren de drie musici vooraf dan ook wat sceptisch of ze zouden worden toegelaten tot de concertserie Het Debuut. ,,Voor die serie selecteren conservatoria hun beste studenten uit het laatste jaar. Die mogen auditie doen, waarna een jury van theaterprogrammeurs bepaalt wie in de serie mag meedoen. De tendens in de theaters is dat hoe traditioneler het programma is - bijvoorbeeld voor de duizendste keer La Traviata van Verdi - hoe beter het aanslaat. Vandaar dat wij onze kansen klein inschatten. De verrassing van ons programma van oude en hedendaagse muziek bleek echter positief te worden ontvangen bij de jury.”
Vandaar dat Ensemble Cordevento de hele maand maart door het land trekt voor een reeks concerten in de grote theaters. Het concert zondag in Leeuwarden is het eerste. Het programma bestaat - zoals gezegd - uit zeer verschillende composities, die solistisch, in duo of als trio worden uitgevoerd. ,,De Concerto’s van Telemann zijn heel virtuoos in barokstijl. Takemitsu is een Japanse componist uit de twintigste eeuw die de muzikale wereld van Japan en het westen in zijn stukken verbindt. Van hem spelen we The Night en Moby Dick uit Towards the Sea. Het stuk Gesti van Luciano Berio is het meest avant-gardistische stuk dat je maar kunt krijgen. Hij probeert met geluiden de Nederlandse taal na te doen.”
Verder staat het muziekstuk Nulla Salus op het programma dat speciaal voor het duo van blokfluit en gitaar is geschreven door de Finse componist Antti Auvinen. Erik Bosgraaf en gitarist Izhar Elias zijn daar al langere tijd mee bezig: het laten componeren van moderne muziek voor hun duo. ,,Wij werken vaak met componisten uit landen waar we optreden. Voor hen is het goed als ze composities kunnen maken die worden uitgevoerd en voor onze instrumenten is het goed wanneer er op het repertoire niet alleen historische stukken staan, maar ook nieuwe.”
Die moderne composities voert Bosgraaf voorlopig alleen als duo uit. ,,Met het trio spelen we alleen nog maar oude muziek. In totaal ontstaat er tijdens de concerten een heel afwisselende mix; een allegaartje van dingen in de positieve zin van het woord. Daar zit voor het doorgewinterde publiek één voordeel aan: als het iets niet mooi vindt, duurt dat hooguit tien minuten. Daarna spelen we weer iets heel anders.”

 

Interview verschenen op 9 maart 2007

 

copyright 2007 - Het Goede Leven / Friesch Dagblad / Ellen Stikkelbroeck